![]() |
|
![]()
|
Huiverend probeerde
Christo de rits van zijn wielerjack nog verder op te trekken. Brrr, hij had
het nog nooit zo koud gehad. Italiaanse wintertemperaturen van 15, 16 graden
was hij nog niet gewend. Hij miste de Afrikaanse zon. Thuis in Burkina Fasso
was het nu hoog zomer. Daar kun je soms alleen in de ochtenduren trainen,
omdat het ’s middags gewoon te warm is om te fietsen. Maar naar Europa komen
was toch al van kinds af aan zijn droom. En nu eenmaal hier, in Italië, leek
het aanpassen aan dit nieuwe klimaat nog het gemakkelijkst. Hij
was hiernaartoe begeleid door de Belgische sportdirecteur Jo Desmet van de
Italiaanse wielerploeg die hem had gecontracteerd. Na een enerverende vlucht
in de zilveren vogel was hij liefderijk opgevangen in het gezin van de
sportdirecteur in een prachtige villa ergens in de Chianti-streek. Nog
zo’n 25 km...
En dan zou Christo weer
terug zijn. Hij had zich voor vertrek goed moeten aankleden, maar dat maakte
hem eigenlijk niet uit. Sterker nog met trots trok hij de prachtige
wieleroutfit aan met de kleuren van de ploeg waar hij nu voor reed. Alles
paste perfect en voor elk weertype was de ideale combinatie van truitjes,
hesjes, vestjes, (regen)jasjes, broeken enz te maken. Overschoenen had hij nog
nooit gezien, en tot nu toe had hij elke dag met muts en handschoenen gereden.
Werkelijk alles was nieuw voor hem, het prachtige huis waar hij verbleef.
Thuis waren de wegen veelal vlak, terwijl hier in de Chianti werkelijk geen
meter vlak te vinden was. In Burkina Fasso is het merendeel van het landschap
goed te overzien, hier leek wel alles bos. Het eten smaakte hier ook niet,
hoewel hij soms dingen at die hem aardig smaakten. Hij moest wel op zijn
gewicht letten niet teveel af te vallen. Maar hij had het er allemaal voor
over om maar hier in Europa te kunnen koersen! Huilend hadden hij en zijn
vrienden op het vliegveld afscheid genomen van elkaar. Zijn
ploegmakkers de broertjes Lucien en Laurent Zongo waren apetrots dat het hun
ploeggenoot was gelukt om gecontracteerd te worden door een Europese ploeg. De
boer Xavier en zijn vrouw op wiens grond de de familie
Mpelza woonde en werkte hadden Christo en zijn tweelingbroer in huis
genomen toen hun vader overleed. Christo’s vader had zijn leven lang in de
katoen gewerkt van Xavier. Hij
woonde in een simpel hutje met zijn 2 zoons . De moeder van Christo was aan de
geboorte van de tweeling bezweken. Soms hielp Christo’s vader Xavier met
klussen in en om de boerderij, en vaak kwamen de jongens hun vader dan
meehelpen. ,en kregen van de
boerin te eten.En zo was het eigenlijk heel logisch dat ze bij haar in huis
kwamen na hun vaders dood. Toeterend
werd Christo ingehaald door een auto. In gedachten verzonken was hij iets
teveel naar links gaan rijden en met een ruk aan zijn stuur ging hij meer
langs de berm fietsen. Hij zou zijn stinkende best gaan doen om hier
te slagen. Ook
Xavier en zijn vrouw waren trots dat Christo in Europa ging fietsen. Jarenlang
had Xavier hem met de landrover naar wedstrijden toegebracht in allerlei
uithoeken. Of naar de stad, om 2e hands onderdelen te kopen. Ook
kwam hij Christo ophalen als hij onderweg tijdens trainingsritten door pech
was gestrand. Als
jongen van een jaar of negen had Christo een kalender van Xavier gekregen met
foto’s van wielrenners. Van Fausto Coppi in Afrika, Bernard Hinault in het
geel tot een stoempende Eddy Merckx. Vol bewondering keek Christo naar de
verbeten koppen en de gladde glimmende benen van de renners op de de kalender.
Hij droomde ervan dat hij ook zo’n beroemde renner zou worden en dat er van
hem ook zulke prachtige foto’s zouden worden gemaakt. Jarenlang droomde hij
van een echte wielrenfiets, maar lange tijd moest hij het doen met de enige
fiets die er op het erf van de boerderij was te vinden, een bakfiets! Nog
20 km...
Christo moest op de
pedalen gaan staan, om niet teveel vaart te verliezen. Pittig klimmetje! Dat
was hij thuis eigenlijk niet gewend. Doordat bovenop de heuvel de weg naar
links draaide, keek Christo een
prachtig dal in, het leek wel een deken. Ondanks de frisse rijwind genoot hij
van de afdaling, wat een geweldige fiets. Bij zijn aankomst in Italië stond
het raspaardje al op hem te wachten in de garage bij Jo. Hij kon niet geloven
dat de fiets voor hem was, maar toen liet Jo
hem zien dat Christo’s naam op het frame stond. De fiets zat geweldig
en stuurde als een scheermes. Totaal wat anders dan het stalen ros waar hij
thuis jaren op had gefietst. Toen
hij voor het eerst op de bakfiets ging zitten konden zijn voeten nauwelijks
bij de pedalen, en was rijden met het ding hem onmogelijk.En dus probeerde hij
eerst de fietshouding van de renners van de kalender na te doen, met zijn neus
plat op het stuur van de bakfiets. Maar zodra hij groot genoeg was om de
pedalen rond te krijgen was hij niet meer te houden. Samen met zijn broer
duwden ze de bakfiets aan en bij genoeg vaart sprong Christo dan op het zadel.
Trots trapte hij op blote voeten de fiets in het rond, met zijn broer in de
bak. En zo reed Christo jarenlang nog, ja zelfs bij wijze van training, toen
hij al koerste allerlei vrachtjes over het uitgestrekte
erf van de boerderij.
Zoals hout voor de Donkey. Dat is een platgelegde oliedrum die wordt gevuld
met water en vervolgens wordt er onder het vat een vuur gestookt. Het warme
water loopt uit de Donkey via een leiding naar binnen voor een warme douche of
bad. Bijna iedere avond ontstaken de broertjes voor de boerin het vuur van de
Donkey. Christo moest denken aan de vele gesprekken samen
met zijn broer en vrienden bij de gloed van het vuur in de avondschemering. De
gedachten aan het warme vuur deden hem nog eens rillen. Nog
15 km...
Hij nam een slok uit
zijn bidon. Hij dacht onwillekeurig terug aan zijn eerste tweewieler. Een
zwart stalen frame met spatborden en zwarte jasbeschermers. Het vehikel woog
bijna evenveel als hij zelf als jongen van 14. Samen met zijn broer had hij
alle niet noodzakelijke spullen van de fiets gesloopt en zo een aardig gewicht
bespaard. En hij ging veel harder dan de bakfiets! Als hij het deed tenminste.
Vaak moest het ros noodgedwongen op stal blijven als Christo eerst moest
sparen en zoeken voor onderdelen. Of banden, hij had er wat geplakt. Al
snel raakte de jonge Christo bekend tot in de weide omtrek van de boerderij:
die malle Christo op die oude zwarte fiets. De
zware bakfiets hadden zijn beenspieren sterk gemaakt en de lange ritten op de
zwarte fiets gaven hem uithoudingsvermogen. Waar Christo’s broer zich
bekwaamde in het hardlopen werd hij zelf een steeds betere hardrijder. Op zijn
16e verjaardag schenken Xavier en zijn vrouw hem zijn eerste
“echte’ racefiets. Trots reed Christo een week later naar Ouagouougou de
hoofdstad en terug op èèn dag, 275 km. Een rit die hij nog vaak zou maken
als hij weer eens onderdelen moest hebben. Via een fietsenmaker in de stad
komt hij in aanraking met het wielerwereldje van Burkina Fasso. Word lid van
een club en ontpopt zich in no-time als een ware hardrijder. “Bongiorno”,
hij werd ingehaald door een stel andere veel luchtiger geklede wielrenners.
Christo stak zijn hand op en zag hun verbaasde blikken: een zwarte wielrenner
met een muts op dat zie je niet elke dag. Nee, hij wilde niet aansluiten bij
het groepje, hij reed vandaag liever alleen. Nog
10 km...
Burkina Fasso het
voormalige Opper-Volta ligt op een vlak plateau op een hoogte tussen de 6 en
800m hoogte, en is een van de armste landen. Toch ligt er een heel behoorlijk
net van asfaltwegen, uitstekend geschikt voor wielrennen. De organisatie van
de “Tour de France” organiseert al jaren de ronde van Burkina Fasso: de
tour de Fasso. De competitie neemt de laatste jaren in deze ronde toe doordat
meer en meer Europeaanse ploegen aan de start verschijnen. Nog net geen 18
wordt Christo, als eerste reserve, op het laatste moment gevraagd in te vallen
in de nationale B-ploeg, en rijdt zijn eerste tour de Fasso. Hier had hij
meegemaakt wat ècht hard rijden is. Maar hij had zich weten te handhaven, en
na een paar dagen was hij er al zo aan gewend dat de kopman van zijn ploeg
zich door hem naar voren liet rijden. En hij had als nieuwkomer 2 keer voor
het peloton een gat naar de koplopers dichtgereden. Ook had hij een keurige
tijdrit gereden en was daarmee de snelste in het jongerenklassement. In die
tijd leerde hij ook de broers Lucien en Laurent kennen. Als trouwe maten
brachten zij hem de fijne kneepjes van het wielrennen bij. Christo op zijn
beurt probeerde de broers onderweg zo veel mogelijk te steunen. Naarmate hij
meer koersen reed, werden de rollen omgekeerd. Het was Christo die het beste
reed en was hij het die steeds vaker voor eigen kans mocht gaan. Hij wachtte
dan attent om mee te zitten in de beslissende ontsnapping, en het leek wel of
hij er een neus voor had want vaak lukte hem dat ook. En dan kon Christo zich
uitleven op zijn specialiteit. In een groepje van een renner of 10 reed hij ze
een voor een het snot voor de ogen. Zelf hield hij dan nog wat over om dan in
de laatste kilometers van de kopgroep weg te rijden en alleen te finishen. Zo
had hij dit jaar 2 etappes in de tour de Fasso gewonnen en uiteindelijk op 24
december de eindoverwinning gepakt, en dronk hij met zijn ploeg op kerstavond
Champagne. Nog
5 km...
En dan zaten de 150km
voor vandaag er op. Hij hoopte dat de dochters van Jo pataten voor hem zouden
bakken vanavond. Alhoewel hij meer van zoete
gefrituurde aardappelen hield smaakte de Europese aardappelen ook lekker. De
overwinning was hem bepaald niet cadeau gedaan. Hij had er hard voor moeten
strijden, in de eerste etappe had de Nederlander Joost Legtenberg na een
afmattende koers hem de etappewinst door de neus geboord. Lange tijd had de
Marrokkaan Tarik in het geel gereden en had Christo de trui pas van hem kunnen
overnemen na het winnen van de tijdrit. De andere Nederlander van de Marco
Polo ploeg, Folkert de Haan had hem ook nog een tijdje op de hielen gezeten
maar die werd uiteindelijk 13e. Maar
de beloning was de vervulling van zijn droom. Hem werd meteen een contract
aangeboden door de ploeg van Jo. Deze ploeg was met een b-team aan de start
gekomen en Jo had Christo tijdens de ronde nauwlettend gevolgd en had hem
persoonlijk benaderd om kennis te maken en later om hem te contracteren. En
daarmee zou zijn nieuwe
thuisbasis voorlopig in Italië liggen. Hij was daarna nog even thuisgeweest.
Op de boerderij werd hij als een held ingehaald door alle mensen uit de buurt
die hem al kende vanaf de zwarte fiets. “Baffana, Baffana”. te eten
Iedereen was trots op hem omdat hij de kans kreeg te doen waar ze zelf alleen
maar van konden dromen: veel geld gaan verdienen ver weg in Europa. Christo
had de hectische kerstdagen als
in een roes beleefd en voor hij het wist zat ie al in het vliegtuig. Nog
2 bochten... En dan zag hij de oprit van de villa. Hij wilde er alles voor doen om hier te slagen. Waterdragen, uit de wind zetten, desnoods een wiel of zelf zijn fiets afstaan aan een beter geklasseerde ploegmaat. Hij zou laten zien dat er wel degelijk goeie renners uit Afrika kunnen komen. Voorzichtig parkeerde hij zijn fiets in de garage en haalde zijn neus op. Rook hij daar nou pataten? Uit de krant:
|