web space | website hosting | Business Hosting | Free Website Submission | shopping cart | php hosting

Spr i n t e r ....

Materiaal

    Goed gereedschap is het halve werk. Dat geldt ook voor wielrenners. 

Wielerploegen hebben een mechanicien in dienst die verantwoordelijk is voor de topconditie van het rollend materieel. Vroeger schreven de regelementen van wielerronden als de Tour voor, dat renners hun eigen materiaal moesten verzorgen en geen hulp van anderen mochten accepteren. Veel renners in die tijd moesten onderweg dan zelf bij een plaatselijke smederij hun fiets repareren.

    Tegenwoordig beschikt een beetje profploeg over minstens 2 fietsen per renner. Deze fietsen worden per etappe apart geprepareerd. Om het toch al lage gewicht van deze raspaardjes nog verder te verlagen worden voor bergettappes speciale superlichte velgen gebruikt. Zijn veel onderdelen  en zelfs het frame gemaakt van ijzersterk en superlicht titanium. Werkelijk op alle onderdelen probeert men gewicht te besparen. Uiteindelijk weegt zo’n klimmersfiets zo’n 8 kilo, tegen minstens het dubbele van vroeger. 

    Vroeger werd op tubes gereden, een binnenband ingenaaid in een buitenband die op de velg werd geplakt. Gemakkelijk te verwisselen maar levensgevaarlijk. Als je lek reed, kon ie d’r zo vanaf lopen. Nu wordt alleen nog maar op ‘gewone’ draadbanden gereden, die zelfs lekgereden nog redelijk bestuurbaar blijven. 

    Vroeger had men slechts 2 versnellingen, een voor het vlakke werk, waarbij men aan de voet van de beklimming het achterwiel moest omdraaien om het tandwiel aan de andere kant als bergverzet te kunnen gebruiken. Later werd de derailleur uitgevonden. Hiermee kwam de mogelijkheid om meerdere versnellingen te kunnen aanspreken onder het rijden. Men begon met 5 kransjes achter en  2 bladen voor, samen 10 versnellingen dus. Tegenwoordig is 9 en zelfs 10 kransjes achter mogelijk, terwijl 3 voorbladen vooral bij amateurrenners erg aan populariteit wint. 27 tot 30 versnellingen dus! Met de remhandels kun je uiteraard remmen maar ook schakelen. Hoef je niet meer met je handen van het stuur.

    Iemand moet eens hebben bedacht dat als je voeten aan de pedalen vastzitten je niet alleen kon duwen maar ook trekken en je dus harder ging. Dat werden toeclips dat werkte goed maar je kon zeer ongelukkig vallen want met aangetrokken riempjes konden je voeten niet zomaar los! Tegenwoordig heb je clicpedalen een soort skibinding waaruit je voet, in geval van nood, heel makkelijk los kan.Ook de remmen zijn zo goed geworden, dat slecht gedoseerd je gemakkelijk over het stuur heen wordt gelanceerd. In de ATB wereld heeft de schijfrem zijn intrede gedaan. Evenals vering, voor en achter. Aan het uiterlijk van de racefiets is de laatste jaren niet zo gek veel veranderd, maar toch heeft hij een ware technische (r)evolutie doorgemaakt.

     Toch jammer dat je nog wel steeds (hard) zelf moet trappen om vooruit te komen!   

    

Wil je reageren op deze column? 

Stuur een mailtje naar redactie@thepostpigeon.nl met in het onderwerp: Sprinter

      

 

Back to Frontpage